Vandaag zat ik – zoals gewoonlijk bij mooi weer – buiten te studeren. Helaas, aan die pret kwam abrubt een einde toen de buren de muziekinstallatie opendraaiden waarmee hun tuin, en ook die van mij, gevuld werd met… iets dat leek op muziek.
Een streepje achtergrondmuziek bij het studeren vind ik best fijn, ware het niet dat deze streep muziek bestond uit een namiddaglange aaneenschakeling van Vlaanderens meest stompzinnige schlagers. O-n-w-a-a-r-s-c-h-i-j-n-l-i-j-k dat er zoveel van deze onzin kan bestaan. En er zijn veel aspecten van mensen die me irriteren, maar als iets moeiteloos de top vijf haalt is het wel hersenloze Vlaamstalige hoempapa-muziek, inclusief de simpele zielen die me er lastig mee vallen.
Ironisch dat ik net over democratie aan het lezen was toen de irritatie zo hoog op liep dat ik zin kreeg om – geheel in totalitaristische lijn – mijn definitie van goede smaak onder dwang op te leggen aan deze culturele onverlaten. Of met een resem aan marteltuigen, een geconditioneerde reflex van walging te creëren voor het geval deze culturele plebejers nog ‘ns op het idee zouden komen om…
De kenmerken van democratie ben ik ondertussen vergeten. Die van het totalitaire regime zitten in mijn geheugen gegrift.