No 8 to 5 Life

Blogs ingedeeld als ‘de gedachte’

Partytime(out)

zaterdag 11 juli, 2009 · Laat een reactie achter

Ik heb me laten verleiden om – for old times sake –  een beachparty bij te wonen in het lokale jeugdhuis. Een zware vergissing, zo bleek.

Het weerzien van oude bekenden beperkte zich tot het voeren van een quasi obligaat ‘Hey, lang geleden’-minuutgesprek, waarna de persoon in kwestie zich begaf naar vertrouwdere, veiliger sociale oorden. Natúúrlijk ben ik daar deels medeplichtig aan: ik kan het zelden opbrengen om het smalltalkgeschut in gereedheid te brengen, in ruil voor magere sociale baten. Zeker in de nabijheid van te luide dansmuziek.

Verder was daar mijn ex-vriendin, met wie ik gehoopt had even te kunnen bijpraten. Die bleek me echter  liever kwijt dan rijk. God mag weten waar dat drie (!) jaar na datum nog goed voor is. Wellicht verge(t)(v)en mensen (elkaar) sommige dingen nooit. Jammer.

In diezelfde categorie (of soap, zo je wil) was daar een oud-klasgenoot die zich al enige jaren in de voet geschoten voelt om redenen die ik in het midden laat. Ook hier na al die tijd nog open wonden. Wellicht moet het me allemaal zelf ‘ns overkomen om het precies te begrijpen.

En zo verwerd afgelopen nacht tot een cocktail van has-been’s en will-not-ever-be’s die de echte cocktails van een wrange nasmaak voorzagen. Om snel te vergeten.

Categorieën: de gedachte · persoonlijk
getagged: ,

Traan

zaterdag 18 oktober, 2008 · Laat een reactie achter

Een kerk vol. Zoveel handen heb ik geschud op de begrafenis van mijn grootvader. Met emotioneel geladen momenten als deze kan ik moeilijk om. Ik focus me bijgevolg op rationeel te vatten, irrelevante details: de manier waarop mensen een hand geven: strak, kordaat, in de ogen kijkend, of slap, bijna verontschuldigend en ontwijkend; of een raming maken van het aantal bacteriën aanwezig op mijn rechterhand na afloop van al dat handschudden.

Alles wat erop gericht is emotie los te weken tijdens zo’n begrafenisdienst, compenseer ik steevast door een rationele analyse van de situatie: de ‘pakkende muziek gespeeld door het orkest waar mijn grootvader bij was’, wordt niks meer dan een ‘technisch sterk gespeelde compositie’; de ‘gevoelige tekst van mijn vader over zijn vader’, wordt een ‘te strak voorgelezen speech’. Daar schuilt enige ironie in: ik ben een schoolvoorbeeld van de krampachtigheid waarmee onze westerse cultuur met de dood (en emoties) omgaat, en laat het nu net dié cultuur zijn waar ik niet hoog mee op loop.

De kerkdienst, de koffietafel, de ‘apotheose’ op het kerkhof… één grote, zes uur durende evenwichtsoefening tussen ratio en emo. Dat lukt. Ik verpink geen traan, ik geef geen krimp, en beperk mijn woorden tot droge lichtcynische uitspraken. Ik denk dat mensen dat wel eens verkeerd opvatten, maar dit is nu eenmaal mijn manier.

Mijn grootmoeder kreeg vorig jaar in juli, als eerste haar plaats op het kerkhof. Mijn grootvader prevelde toen, dat hij er ‘met tijd’ zou komen naast liggen. Vandaag, iets meer dan een jaar later al, kreeg hij zijn symbolische plek. Surreëel.

Na afloop gingen we met enkele familieleden nog even naar het huis waar mijn grootouders heel hun leven gewoond hebben. Datzelfde huis waar ik een deel van mijn jeugd en jongvolwassen leven heb doorgebracht. Ik besef dat dat het lot tarten is, maar enig masochisme is me blijkbaar niet vreemd.

Het tikken van de klok, het mazoutvuur, het tapijt, de tafel, de kasten, het schilderij … Het zijn slechts materiële objecten, maar op zo’n moment zijn het verhalen. Verhalen die vertellen over de talloze kerstavonden met de gezellige warme sfeer, over mijn grootvader die zijn middagdutje deed in zijn oude houten zetel, over mijn grootmoeder die op woensdagnamiddag kleren naaide, over Pasen en de verstopte eieren in de moestuin,… Als een donderslag bij heldere hemel drong het toen pas tot me door, dat mijn grootouders en die honderden gelinkte verhalen, voorgoed verdwenen zijn.

Ik ging naar boven, de kamer in waar ik als kind mijn logeerbed had. De tijd was er blijven stilstaan: de gordijnen, het behangpapier, het raamwerk: niks veranderd. Mijn blik viel op het nachtlampje dat me jarenlang doorheen donkere logeernachten had geloodst…

Even voelde ik me weer dat kind van weleer, en een traan rolde over mijn wang.

Grootouders Nieuwjaar 2006

Grootouders kerstavond 2006

Categorieën: de gedachte · filosofie

Dood, geloof en de beperking van de mens

zondag 12 oktober, 2008 · Laat een reactie achter

We worden niet geobserveerd, geleid of gestuurd door een goddelijke entiteit. Dat is mijn geloof, zij het een dat niet aansluit bij enige godsdienst. Mijn leven is op alle vlakken doordrongen van dit uitgangspunt. En toch…

Vorig jaar is mijn grootmoeder overleden. Ze was 50 jaar gehuwd met mijn grootvader. Haar overlijden was zo’n onvatbare gebeurtenis voor hem, dat hij de spullen die ze achterliet voor geen millimeter durfde verplaatsen. Liet alles zoals het was, alsof er niks gebeurd was, alsof ze nog leefde. Treffend daarbij was dat hij altijd over haar bleef spreken in de tegenwoordige tijd: “Die fles water daar is van Rosa hé”.

Het gedrag dat mijn grootvader stelde, is de perfecte illustratie van de grenzen aan ons bevattingsvermogen. We vatten niet, en creëren een realiteit om dat voor ons te doen. Rationeel gezien is dat behoorlijk lachwekkend, want er is geen enkele reden waarom de onvatbaarheid van een overlijden het bestaan van een leven na dit leven, of de aanwezigheid van een god zou rechtvaardigen. En toch…

Een paar dagen geleden is ook hij, mijn grootvader, overleden. De realiteit dat ze er beiden niet meer zijn, veroorzaakt kortsluiting met de honderden beelden van hen in mijn hoofd, opgenomen doorheen de jaren van mijn leven. In die mate, dat ik bij mezelf de behoefte merk om te geloven dat mijn grootmoeder en grootvader op een andere manier bij elkaar zijn, buiten de grenzen van dit fysieke leven.

Ik zal nooit geloven in een leven na de dood, een god, of een hoger doel, wat voor zinsbegoocheling mijn hersenen ook uitproberen. Maar mijn recente ervaringen met de dood, hebben me wel doen inzien dat je respect moet opbrengen voor wat anderen geloven. Immers, de onvatbaarheid van de realiteit waar ik mee geconfronteerd word sinds het overlijden van mijn grootouders, is een peulschil vergeleken met wat mijn grootvader moest plaatsen. Ik ben de laatste die hem zijn realiteit had willen afnemen.

Categorieën: de gedachte · filosofie

Laatste werkweek

maandag 25 augustus, 2008 · Laat een reactie achter

De laatste werkweek is begonnen. Volgende week is deze realiteit, definitief verleden tijd. Grappig hoe triviaal die kennis, werkgerelateerde problemen plots maakt.

Categorieën: de gedachte · werk
getagged:

Surreëel

donderdag 14 augustus, 2008 · 1 Reactie

Nog 2 weken en het is het zover: dan verhuis ik van stad Gent naar boerendorp Waarschoot. Van alleen wonen, naar samenwonen met mijn vader. Van vergaderingen bijwonen met het management, naar les volgen in een auditorium propvol piepjonge studentjes. Ik ga 10 jaar terug in de tijd.

De gedachte dat mijn leven in zijn huidige vorm binnenkort totaal verdwijnt, voelt bijzonder surrealistisch. Het lijkt wel een droom waar ik elk moment kan uit ontwaken…

Ik zal mijn zelfstandigheid en onafhankelijkheid missen. Tergelijkertijd ben ik enorm enthousiast en opgelucht bij het vooruitzicht op een nieuwe wind door mijn leven.

Categorieën: de gedachte