Ze dreven de mensen bij elkaar en knevelden ze, waarbij mannen en vrouwen gescheiden werden. Ze sloegen mensen de schedel in met bajonetten, bijlen, knotsen en kapmessen. De vrouwen werden in de struiken getrokken, verkracht en daarna geëxecuteerd. We hebben hun naakte lijken gevonden met de benen wijd. [...] Ze hebben zelfs zwangere vrouwen de buik opengereten en de foetussen vertrapt. [...] Onder de weinigen die het overleefd hebben is een klein meisje van drie jaar, van wie ze het hoofdje hebben proberen af te rukken. Het kind is nu wees en is voor het leven verlamd.
Dit is een stuk uit een artikel in Knack over de wreedheden van een (zoveelste) rebellenbeweging in Congo: LRA of Lord’s Resistance Army (waarbij ik me spontaan afvraag wat God hier nog mee kan te maken hebben). Weinig nieuws onder de zon, maar een relaas als hierboven treft me telkens weer recht in het hart. En dan overvalt me een diep gevoel van kwaadheid, haat en onbegrip. Dit soort van wreedaardigheden maken me waarlijk beschaamd een mens te zijn.
Situaties als deze doen me twijfelen aan het pacifistische ideaal waar ik normaliter voorstander van ben. Hoe kun je immers zo’n vorm van normloosheid nog tolereren, laat staan oplossen binnen een aanvaardbare tijd, zonder ingrijpende tegenactie? Zou het niet beter zijn om bij zulk extreem en totaal onzinnig geweld, militair in te grijpen en leiders van rebellenlegers – zoals het bovengenoemde LRA – gericht te liquideren? Geweld valt niet met geweld op te lossen, tenminste niet op lange termijn, zoveel is zeker. Maar als het tikken van de tijd samengaat met het mishandelen en executeren van een weerloze burgerbevolking, is het dan niet vijf voor twaalf voor een doortastende interventie?
Uiteraard is dit idealisme (of naïviteit) aan het andere uiteinde van het continuüm, want het al dan niet interveniëren in een conflict loopt parallel met politiek-economische belangen. Als Israël in z’n oorlog tegen de Palestijnen misdaden tegen de menselijkheid begaat, is het bijna ‘normaal’ dat de internationale gemeenschap (lees: Amerika) daar niet tegen optreedt… het politieke belang. Als daarentegen een Somaliër in een bootje kruipt en olietankers gaat kapen, dan staan we wel met z’n allen te trappelen om als eerste de wereld te redden… het economische belang.
Hopen dat drukkingsgroepen zoals Artsen Zonder Grenzen of Human Rights Watch voldoende druk kunnen uitoefenen om politici in beweging te krijgen dan maar? Tegen de tijd dat dat iets oplevert – áls het al iets oplevert – zijn we een paar duizend gemartelde en vermoorde burgers verder. ‘Laat ons niet in de steek’, smeekt een woordvoerder van de burgerbevolking. Knack besluit het artikel met de vraag: ‘Zal deze wanhoopskreet gehoor krijgen?’ Met gelijkaardige vergeten oorlogen in het achterhoofd, denk ik het antwoord al te weten.
Bron: Knack, 39e jaargang, nr. 20, blz. 88.